zaterdag 21 maart 2015

RANDOM RANT van de dag!

<random rant>
 
Ik vind het altijd raar om van mezelf te zeggen dat ik een geek of nerd ben. Al zolang ik me kan herinneren hou ik dankzij mijn broer en ouders van gamen (ik ben een grote fan van The Legend of Zelda, Bioshock, Pokémon, The Last of Us,...), ben ik zot van boeken lezen en films kijken (LOTR, Harry Potter, horror, graphic novels, comics,...) en verkwist ik graag mijn geld aan onnodige maar awesome gadgets (zoals een replica van Majora's Mask om aan de muur te hangen). En toch krijg ik dat niet over mijn lippen, 'ik ben een geek'. Anderen zeggen dat wel over mij, maar van mezelf kan ik dat niet zeggen.

Hoe meer ik daarover nadenk, hoe meer ik besef dat dat komt omdat jongens vroeger lacherig daarover deden of niet geloofden dat ik bijvoorbeeld Zelda kende. Dan begonnen ze mij uit te vragen, want dat kon niet, een meisje dat Zelda kende! 'Ahja, en hoe noemt uw paard dan? En wie is de Deku Tree? '. Egh. 
 
Ik volg op Facebook ook groepen zoals Operation Moonfall, Zelda Informer e.d., en ik merk daar zo hard dat 'geek girls' en 'gamer girls' (want zo worden ze genoemd, en ik vind die termen vreselijk eigenlijk) altijd op een foute manier benaderd worden. Wanneer een vrouwelijke admin een foto post van haarzelf om te tonen wie ze is, krijgt ze 90% van de tijd enkel commentaar op haar uiterlijk en huwelijksaanzoeken. Zeg je openlijk op internet dat je een vrouwelijke gamer bent, dan geloven ze je niet. 'Pics or it didn't happen', en als je dat niet doet ben je vast dik en lelijk. 
Waar ik me het meeste aan stoor zijn de 'marry me!' mannen. Een 'aantrekkelijke' vrouw die gamet en houdt van geeky stuff (ik benoem het maar even zo) is enorm zeldzaam en moet je koesteren voor eeuwig. Niet meer laten gaan, want she is the one (al mag ze uit ziekelijke jaloezie je kat vergiftigen, she's a keeper want ze houdt van gamen)!
Ik kan daar echt moeilijk mee om, en alles hierboven beschrijft goed waarom ik dus nooit van mezelf zou zeggen dat ik een geek/nerd/gamer ben. Mensen merken dat toch aan mij als ze even met me optrekken.  
 
</random rant>

donderdag 19 maart 2015

Wij Overdrijven Niet


Ik overdrijf niet. Ja, ik meen het echt. Neen, ik heb de avances van die man helemaal niet verkeerd begrepen. Wat ik aanhad? Doet dat er dan toe? Och, whatever.

Ik hoor het me nog meermaals uitleggen tegen andere mensen, die koppig weigerden om mij te geloven. Het zal wel weer aan mij hebben gelegen… Doemme Lotte, waarom draag je nu ook een zomerkleedje wanneer het 26°C is buiten? Je wéét toch dat je jongens en mannen er een verkeerde boodschap mee kan geven!

Naar aanleiding van een oproep van Yasmine Schillebeeckx, die al enkele zeer sterke blogs hieromtrent heeft geschreven, wil ik mijn ervaringen met cat-calling, street harassment, ongepast seksueel gedrag en seksisme graag delen. Ik gok dat er velen zullen zijn die zuchtend hun schouders ophalen, wegklikken en verder gaan met waar ze ook mee bezig waren, maar ik hoop dat mijn boodschap toch enkele luisterende en begripvolle oren kan bereiken.

Ik was 10 jaar oud en speelde met de andere kinderen. Op een jaarlijks voetbalevenement was ik druk bezig met me te amuseren in het springkasteel, op de paardenmolen, met touwtjetrek,… Een jongen van een jaar of 16 sprak me aan en wist me weg te lokken van het springkasteel. We zaten aan de rand van het veld op een stoel en babbelden over onnozele dingen. Hij vroeg me of ik daar vaak was, of ik zelf voetbalde, waar ik woonde,… Ik was amper 10 jaar oud en antwoordde zonder er al te veel over na te denken. Na een tijdje werd de jongen handtastelijk. Eerst porde hij me in m’n zij met een brede glimlach op z’n gezicht. Dat vond ik niet zo erg, dat deden mijn klasgenoten ook weleens om me te plagen. Voor ik het goed en wel besefte porde hij tussen mijn benen. Ik lachte het eerst weg, maar na de derde keer voelde ik me niet meer op mijn gemak. Ik ben terug naar het springkasteel gegaan en heb er nog nooit tegen iemand een woord over gerept. Mijn buikgevoel vertelde me dat wat die jongen deed niet echt mocht, maar jaren later besefte ik pas hoe fout het eigenlijk was en was ik kwaad op mezelf omdat ik er niets van tegen mijn mama had gezegd. Maar ja, ik was 10… Toen lag ik er niet wakker van, nu des te meer.

Ik was 14 en was met m’n fiets op weg naar mijn vriendin. Het was ongeveer een dikke vijf minuten fietsen, en de zomerzon scheen vrolijk op mijn gezicht. Halverwege reed een auto me traag voorbij. Even verderop stopte hij. Ik was meteen op m’n hoede maar had me voorgenomen om verder te fietsen en te doen alsof er niets aan de hand was. Ik kon het echter toch niet laten om te kijken wie er in de wagen zat, en ik keek recht in de ogen van een veertiger met een brede grijns op z’n gezicht. Een knipoog. Meteen draaide ik m’n hoofd weer om, de auto kwam terug in beweging. Even verderop stopte hij weer, maar hij wist toen niet dat mijn vriendin in het huis ervoor woonde. Met een hart dat bonkte in m’n keel reed ik de oprit op. Ik keek achterom en zag hoe de wagen met gierende banden vertrok. Mijn vriendin had het ook al meegemaakt.

Ik was 15 en veranderde van school. De school – een technische – stond/staat voornamelijk bekend als een jongensschool. Ik ben ooit de meisjes beginnen te tellen op de speelplaats, maar ik kwam toen niet verder dan 15 (van de 700 à 800 leerlingen). Mijn moeder was een beetje sceptisch en had haar twijfels over mijn schoolkeuze, maar ik verzekerde haar dat er geen rare dingen zouden gebeuren. Ik was naïef.
Het begon al tijdens de eerste schooldag. Ik werd aangestaard alsof ik een stuk vlees in de vitrine van een slager was. Al die keurende blikken bezorgden me kippenvel, en ik was enorm opgelucht toen ik in de klas zat. Over de speeltijden had ik toen nog niet eens nagedacht. ‘Ohjo, dikke tieten!’ ‘Mag ik u neuken?’ ‘Lekker wijf!’ Het is slechts een greep uit de vele beledigingen. Mag ik het eigenlijk een belediging noemen als ik me beledigd voel, maar anderen het wegwuiven?

Ik was 16 en stond aan mijn locker op school. Iedereen ging naar huis, ik moest nog enkele boeken uit mijn locker halen. Een jongen uit mijn jaar en richting die z’n oog op me had laten vallen en nogal opdringerig was, duwde me plots tegen de muur. Ik duwde hem weg, maar hij klemde me vast en was met zijn gezicht op amper vijf centimeter van dat van mij verwijderd. ‘Het is maar om te spelen.’ Een klasgenoot van mij schopte tegen de rugzak van de jongen in de hoop dat hij me gerust zou laten, maar een leerkracht die net passeerde had alles gezien. We kregen alle drie ‘straf’ en moesten naar de leerlingenbegeleiding. Onze straf was een vragenlijst invullen: ‘Wat heb je fout gedaan? Hoe voel je je nu je terugkijkt op je foute gedrag? Wat kan je er aan doen om zulk gedrag in de toekomst te vermijden?’ Ik las de vragen met open mond. Ik werd tegen mijn wil in tegen de muur geduwd door een jongen die veel sterker was dan ik, een klasgenoot wou hem doen stoppen en we moesten allemaal straf schrijven. Mijn moeder en broer waren razend toen ik ermee thuis kwam. Ik heb het gewoon ingevuld, maar heb mijn ongenoegen in de antwoorden laten blijken. Er is verder niets mee gedaan. Dat mocht blijkbaar.

Ik was 17 en wandelde met klasgenoten naar de volgende les. Wij moesten een trap op, een hele hoop andere leerlingen ging naar beneden. In het naar boven gaan greep één van de jongens die me links passeerde mijn borst stevig vast, waarna hij zijn hand langs mijn buik naar beneden liet glijden. Gelach, gejuich, gejoel. Ik was te geschokt om meteen te reageren. Meestal reageer ik erg snel, maar ik was door dat voorval zo van m’n melk dat ik niets kon zeggen. Mijn klasgenoten waren razend en wouden hem achterna gaan, maar ik heb hen tegengehouden. Met mijn verhaal ben ik naar de leerlingenbegeleiding gegaan. Om daar te geraken moest ik de handtastelijke jongen en zijn vrienden passeren. Weer gelach en gejoel, want hun maat had mijn borst aangeraakt! Hahaha! De leerlingenbegeleidster regelde een gesprek met mij en de jongen. Hij moest zijn verontschuldigingen aanbieden. Van toen af aan beloofde de jongen om me voor andere jongens te beschermen. ‘Ik zweer het, ik laat niemand u aanraken.’ Magere troost. Hij had eerst mijn borst moeten grijpen en met mij in gesprek moeten gaan vooraleer hij tot het besef kwam dat je zoiets niet doet, en dan nog denk ik dat het weinig uithaalde. De boodschap was niet aangekomen, maar hij hield zich koest tegenover mij en dat was toch al iets.

Ik was 18 en stond op de speelplaats met mijn klasgenoten. De bel ging, en we gingen terug naar de rij. Een jongen vroeg op een machotoon en met een scheve grijns of hij eens aan mijn ‘mossel’ mocht komen. Ik had geleerd uit mijn vorige fouten, draaide me meteen om en antwoordde koel op zijn ‘vraag’. De jongen liet zich daar niet door van de wijs brengen en ging verder, tot mijn klasgenoot ingreep en zei dat hij z’n mond moest houden. Zo sprak je niet tegen meisjes. De jongen dreigde dat hij mijn klasgenoot na school in elkaar zou slagen, samen met enkele vrienden. Gelukkig kwam het niet tot een gevecht, maar ik ben toch onder begeleiding naar buiten gegaan.

Ik was 18 en stond op de speelplaats. In het voorbijgaan greep een jongen, die in een grote groep liep, naar mijn billen. Ik heb nooit geweten wie het was.

Ik was 19 en liep op de Bruul in Mechelen. Enkele jongeren riepen naar mij. ‘Helaba, schoon madam. Schoon tetten!’ Gefluit en gelach. Nog meer voze opmerkingen. Ik draaide me om, moest mijn best doen om niet in woede uit te barsten en vroeg hen hoe ze het zouden vinden als vreemden zo tegen hun vriendin, moeder of zus zouden praten. De sfeer sloeg meteen helemaal om. Ze werden kwaad en achtervolgden me een hele tijd. Toen ik me omdraaide spuwden ze vlak voor mijn voeten en was ik een lelijke hoer.

Ik was 20 en kreeg de taak om af te wassen terwijl de jongens rustig pintjes gingen drinken. Mijn protest werd op gelach onthaald. ‘Da’s een vrouwentaak, he!’ Ik ben weggegaan.

Dit is slechts een greep uit alle dingen die ooit zijn gebeurd, maar deze staan toch wel het meest in mijn geheugen gegrift.

Ik ben intussen een jonge vrouw van bijna 25, en ik krijg nog vaak van die typische opmerkingen over me heen:
-          Wanneer ik slechtgezind ben: ‘Amai, ge hebt uw regels zeker?’ Neen, een mens kan soms zonder enige aanleiding slechtgezind zijn. Mag het?
-          Wanneer er iets geordend moet worden: ‘Doet gij dat maar, want gij zijt een meisje en veel ordelijker dan die jongen.’ Ik verlies constant spullen in mijn kamer, mijn bureau is een stort,… En toch vraag je dat aan mij? Je trekt meteen de competenties van die jongen in twijfel, puur omdat hij van het mannelijk geslacht is en niet ordelijk zou kunnen zijn?
-          Wanneer ik antwoord op een persoonlijkere ja-nee vraag: ‘Ja maar, wat wilt ge nu eigenlijk zeggen? Want vrouwen met hun logica…’ Neen, ik heb soms écht niet de behoefte om over mijn problemen te praten.
-         

Ik kan de vieze blikken van ‘afgewezen’ mannen niet meer tellen. Ik vind het geen compliment om op straat ‘mooie tieten!’, ‘ferme snoet’ of ‘lach ne keer, dan zijt ge veel mooier’ naar mijn hoofd geslingerd te krijgen.

Al bij al ben ik blij, want ik ken meisjes en vrouwen die nog ergere dingen hebben meegemaakt. Toch hebben deze voorvallen er voor gezorgd dat ik enorm onzeker rondliep op straat, geen kleedjes of hakken durfde aandoen voor een heel lange tijd. Nu pas, nu ik bijna 25 ben en amper nog buitenkom, nu pas durf ik het aan. Ik ben nog steeds op m’n hoede wanneer ik eens door de stad loop. Zie ik een auto bij mij in de buurt stoppen, dan ben ik op m’n hoede. Staart een man me iets te lang aan, dan ben ik op m’n hoede. De onzekerheid is nog niet weg, en ik vrees dat die ook niet snel zal weggaan.

Er was een tijd dat ik er van overtuigd was dat ik van zo’n dingen gespaard zou blijven. Ik was aan de mollige kant, ze vonden me lelijk en dik, ze zeiden dat ik nooit een lief zou hebben… Ik zat safe! Dit was enkel voorbehouden voor mooie meisjes.
Niets was minder waar. Ik schrok enorm toen ik voor het eerst geconfronteerd werd met een fluitende bouwvakker die het nodig vond om ook nog een opmerking over mijn benen te maken. Ik schaamde me rot toen en ben met een knalrode kop verder naar school gefietst.

Ik begrijp de mannen en vrouwen niet die dit allemaal niet serieus nemen. Het wordt veel te vaak weggelachen, en de schuld wordt veel te vaak bij de vrouw of het meisje gelegd. Enkele maanden geleden kreeg ik de opmerking van een andere vrouw dat ik blij mocht zijn dat mannen me zo’n complimenten gaven. Een halfuur lang heb ik haar proberen uit te leggen wat het echte probleem was, maar het mocht niet baten. ‘Vrouwen zijn zaagwijven. ’t Is nooit goed.’ Het voorval waarbij een leerling mijn borst greep, dat kwam gewoon doordat het een puber was die zijn hormonen niet in bedwang kon houden. Euh… Oké.

Ik wil ook nog even benadrukken dat ik absoluut niet van de overtuiging ben dat alle jongens en mannen zo zijn, integendeel.
Het is fijn om complimenten te krijgen, zolang je ze op een deftige manier krijgt. Een jongen stapte ooit op me af, en zei me dat ik een hele leuke uitstraling had. Dat kan je in de verste verte niet vergelijken met iemand die in het passeren of aan de overkant van de straat 'amai, gij zijt een ferm wijf!' roept. Iemand die het trouwens oprecht goed bedoelt, zou in mijn ogen een persoon helemaal niet op zo'n manier aanspreken.

Het doet eerlijk gezegd deugd om dit eens van me af te schrijven, en ik hoop dat meer meisjes en vrouwen dat doen. Schrijf het van je af, hoe hard anderen je ook proberen wijs te maken dat je er gewoon over moet zetten of er geen drama van moet maken. Dààr ligt het probleem, niet bij ons. Wij overdrijven écht niet.




vrijdag 30 mei 2014

Een uitlaatklep.

Eerst en vooral: moest je deze blog ooit tegenkomen, neem het vooral niet te serieus.
Ik ben iemand die af en toe de dingen van me moet kunnen afschrijven - schrijven is nog steeds een passie - en aangezien ik soms geen zin heb om pen en papier vast te nemen doe ik het maar via the digital way. Een typfout verbeteren gaat immers sneller dan een schrijffout verbeteren!

Het is al meer dan drie jaar geleden sinds ik mijn eerste, impulsieve blogbericht heb geschreven midden in de nacht.
Intussen ben ik 24 jaar geworden, ik ben afgestudeerd aan de filmschool, heb werk en een lieve schattige auto, ben morgen 7 jaar samen met mijn eerste echte lief en zoek tussen de soep en de patatten door naar een appartementje in Mechelen. Velen zitten op mijn leeftijd al tussen de luiers en het renovatiestof (het verbaast me nog altijd hoe je dat op je 24ste al voor elkaar kan krijgen), ik daarentegen woon nog braafjes thuis en zit vooral met mijn hoofd tussen de wolken. Al ben ik zoals je al kon lezen van plan om binnenkort mijn vleugels te spreiden en een eigen leven te starten. Best eng, maar als al die anderen dat kunnen kan ik dat ook!

Bij deze wil ik mijn 23ste levensjaar benoemen als eentje waarin ik veel heb bereikt, op persoonlijk én professioneel vlak. Ik ga mijn best doen om het even te recapituleren:

- Ik dacht dat ik de eindmeet nooit zou halen (en al zeker niet ongehavend), maar ik heb mezelf het tegendeel bewezen: ik ben afgestudeerd aan de filmschool; het Narafi in Brussel. Het laatste jaar was een ware hel voor mij, maar ik ben er op één of andere manier toch doorgestrompeld. De punten die ik kreeg voor mijn eindwerk waren niet meteen de punten waarmee je gaat stoefen bij oma, opa, peter en meter, maar erdoor is erdoor. Mijn geluk kon dan ook niet op toen ik die prachtige 11 op 20 zag verschijnen. Hoera! Hoezee! Mijn moeder had - als ze heel eerlijk was - liever een hoger cijfer gezien, maar desalniettemin was ze trots dat haar jongste koter haar hogeschool zonder al teveel miserie had doorstaan. Met voldoening! Of 'cum fructu' zoals er zo mooi op mijn diploma staat. Ik moet er nog steeds om lachen, want het klinkt zo gek!
- In het derde en laatste jaar van je opleiding moet je minimum 80 uren stage doen bij een bedrijf naar keuze. Ik heb bijna alle mogelijke productiehuizen in Vlaanderen gemaild, maar kreeg ofwel geen ofwel een negatief antwoord. Stress stress stress! De stage verschoof naar de grote vakantie wegens teveel werk voor andere schoolopdrachten, en ik was er al zo goed als zeker van dat ik niet zou slagen in mijn laatste jaar. Tot ik Studio 100 mailde. In tegenstelling tot anderen waren zij de enigen die me een positief antwoord gaven: 'je mag bij ons op stage komen!'. De mooiste zin in heel mijn Naraficarrière na 'je bent geslaagd!'. En zodoende: ik begon in juli mijn twee maanden stage bij de afdeling Cast & Creation. Mijn interesse lag in scenario en ik ben erg blij dat ik van Studio 100 de kans heb gekregen om me daarin verder te ontwikkelen. Voor ik het wist schreef ik al mee aan een nieuwe reeks, en niet veel later had ik  - na twee maanden stage - een studentenjob vast zodat ik het project nog kon afwerken. Ik zag er al tegenop om na drie mooie maanden Studio 100 te verlaten, maar niets was minder waar. Iedereen was tevreden van mijn werk, en ik kreeg een contract tot eind 2014! Wauw! Echt? Ikke? Lotte Troonbeeckx? Echt? Ja hoor, het was en is nog steeds écht. Mijn naam is Lotte Troonbeeckx en ik ben scenariste bij Studio 100! Ik ben hen nog steeds dankbaar voor alle kansen die ik heb gekregen. Daar kunnen anderen  - ik noem geen namen - nog wat van leren. Bij deze dus ook een welgemeende danku aan Studio 100! Jullie hebben 2013 en 2014 zeer aangenaam gemaakt voor mij!
- Als je net je rijbewijs hebt gehaald en nog lang niet aan werken toe bent, denk je wel eens 'hoe ga ik in godsnaam ooit een auto kunnen betalen???'. Wel, die gedachte is al lang verleden tijd. Sinds januari ben ik de fiere eigenaar van een überschattige maar stoere Opel Corsa. Fier dat ik was (en nog steeds ben)! Er startte algauw een zoektocht naar een naam, want velen geven hun bolide een naam. Helaas vond ik  niets passend. Daarom noem ik hem gewoon 'mijn Johnnybak'. Hij heeft immers zwartgetinte achterruiten en lichtmetalen velgen. Oeeeeeh! Om zijn eer als Johnnybak oog te houden durf ik wel eens een foute boenkplaat opzetten. Zie je ooit een zwarte Corsa uit het jaar 2005 passeren met zwarte ruiten en luide boenkmuziek: de kans is groot dat ik het ben! Wuif dan een keertje, al zal ik de eerste zijn om te denken: lap, alweer een halvegare taart die denkt dat ik iemand anders ben. Maar geen zorgen, het is niets persoonlijk.
- Ook heb ik in mijn 23ste levensjaar geleerd om meer voor mezelf op te komen. Dat is een érg lastige opdracht voor iemand die vrijwel altijd over zich heen laat lopen. Af en toe mag je de egoïst uithangen, zolang het anderen maar niet te hard schaadt. Ik heb geleerd om meer mijn mening te zeggen in plaats van vanbinnen dood te gaan tijdens een brainstorm of ander gesprek waarbij meerdere mensen betrokken zijn. Ook al komt die mening niet altijd overeen met die van de anderen, het wordt geappreciëerd dat je ze durft zeggen. Pas op, het gaat nog steeds moeizaam, maar ik merk dat het stilletjesaan wat beter gaat. Misschien word ik ooit nog wel superassertief? Neih, dat denk ik nu ook weer niet. Een beetje assertiviteit op de gepaste momenten is meer dan voldoende!

Ik kijk al uit naar het moment waar ik kan terugblikken op mijn 24ste levensjaar. Hopelijk kan ik over een jaartje - wanneer ik 25 ben (whut? Zo oud?!) - vertellen dat ik weer wat dingen bereikt heb. Een eigen appartement zou het beste nieuws zijn! Ofja, 'eigen' in de zin van huren. Zoveel heb ik nu ook weer niet gespaard. Als kerst op de taart hoop ik te kunnen vertellen dat er een extra gezinslid is bijgekomen. Dan heb ik het niet over een baby, maar over een pluizige poezenvriend. Mijn vriend en ik zijn dol op katten, en we willen allebei absoluut eentje uit het asiel adopteren van zodra we een eigen plek hebben en gesetteld zijn. Die baby, da's pas voor over een jaar of vijf. Of vier. Drie? We zien wel. The womb is ready, but the mind isn't. Al willen we er wel graag hoor. Twee als het kan!
En trouwen? Daar zijn we het unaniem over eens: nope. Tenzij Jasper ooit in een melige bui mij ten huwelijk vraagt (en laat ons hopen dat hij dan NIET op de knie gaat of het in het openbaar doet, brrrr...), dan moet ik eerlijk toegeven dat ik zal twijfelen. Maar één ding is zeker: we trouwen niet voor de kerk. Nooit, jamais! En aan veel te dure kleren en een te duur feest met veel te veel mensen doen we ook niet mee. Dat geld kan pakken beter geïnvesteerd worden. Ik zie de charme er ook niet van in: een avond lang met een ongemakkelijk en te duur trouwkleed over koetjes en kalfjes babbelen met mensen waarvan je denkt 'ik wou u helemaal niet uitnodigen maar de sociale druk heeft me ertoe verplicht'... Nein danke. We doen wel een verrassingsbarbeque met dichte vrienden en familie ofzo. Maximum 20 man! 'Ahja by the way, wij zijn getrouwd he.' Lijkt me veel leuker en gezelliger! Ik ben nu eenmaal erg introvert en houd niet zo van sociaal contact. Na een avond socializen wil ik het liefst een paar dagen recupereren.

Ik besef dat ik nu wel érg veel heb neergeschreven. Stel je voor dat ik dit toch met pen en papier had gedaan! Dat waren wel enkele A4 bladzijdes gevuld, vol vegen van mijn oldskool vulpen aangezien ik linkshandig ben en constant al mijn woorden uitveeg. Arghl!

Ik besluit wijselijk om mijn bed in te duiken. Binnenkort kom ik wel eens terug, vingers in de aanslag en zwevend boven het klavier van mijn laptop! Helaas kan ik niet beloven dat het altijd serieus zal zijn. Ik ben nu eenmaal een 24jarige met de mentaliteit van een kind (Studio 100 past perfect bij me eigenlijk!). Het hangt af van de gemoedstoestand, maar geen zorgen: ik kan ook wel serieus zijn.

Lotski

dinsdag 26 april 2011

Hoe introduceer je jezelf op een originele manier?

Of om te beginnen: waarom begin ik eigenlijk een blog? Ik heb geen interessant leven, laat staan interessante hobby's of interessant werk en ik ken ook al geen interessante mensen die het vernoemen waard zijn. Maakt dat je daarom oninteressant? Of ben ik interessant omdat ik NIET interessant ben? Je kan er blijven over nadenken en blijven over filosoferen.
Het enige dat ik kan vertellen is dat mijn naam Lotte is. Ik word overmorgen, 28 april 2011, 21. Dan ben ik officiëel, over heel de wereld, volwassen. Al voel ik me niet volwassen. Binnenin voel ik me nog het kleine kind van zovele jaren terug. Ik bén eigenlijk nog een kind. Mijn ogen gaan morgen sowieso weer glunderen wanneer ik een verjaardagscadeautje krijg en ik die met alle enthousiasme mag openmaken. Glunderende fonkelende oogjes, net zoals kleine kinderen. Dat siert een (volwassen) mens, dat kinderlijke.

Ik ben op zoek, maar ik weet niet naar wat. Naar mezelf? Te cliché, maar realistisch. Is er dan iemand die zichzelf ooit al heeft gevonden? Ik weet het niet. Het lijkt me eng. En confronterend.
Ik weet enkel dat er een grote leegte in me schuilt. Zo'n grote, enorme, zwarte leegte. Het bezorgt me soms slapeloze nachten, huilbuien, driftbuien en complexen. En ik krijg die leegte maar niet gevuld.
Hoe is die leegte ooit ontstaan? Ik weet het niet. Ik weet het wel. Ik wil het misschien niet zeggen? Diep vanbinnen wil ik dat wel.
Ken je dat gezegde, dat wanneer er iemand die je graag ziet sterft er een stukje van jezelf meesterft? Volgens mij is dàt de oorzaak van die vreselijke leegte. Sinds jaren sleep ik het verlies mee van één van de meest belangrijke personen in mijn leven. Elke dag wordt dit verlies zwaarder en zwaarder. Mensen die de pyscholoog uithangen en me al troostend zeggen dat verdriet slijt krijgen van mij een verwijtend lachje te horen. Ik ben het levende bewijs: bij mij slijt het NIET. Is het mogelijk dat een leegte leidt tot depressie, een slecht zelfbeeld, complexen en ongelukkige momenten? Ik heb nooit psychologie of filosofie gestudeerd en dat ben ik ook niet van plan, maar dat lijkt me een goeie reden.

Misschien heb ik deze blog wel aangemaakt in een vrolijkere bui. Een bui waarin ik voor mezelf heb beslist dat ik, wanneer ik er zin in heb, mijn frustraties en geneugten van me af wil schrijven. Ik noem dat vrolijk omdat ik vrede heb met de innerlijke drang vanbinnen om te schrijven. Een glimlachje verschijnt op mijn gezicht. Enkele jaren terug schreef ik elke dag. Alles wat ik me in mijn hoofd haalde schreef ik van me af. Ik was een rasechte puber op dat vlak, en aan de andere kant ook weer niet. Ik was anders dan de rest. Dat vind ik tot op heden nog altijd zeer positief. Ik durfde me te onderscheiden van de rest in alles wat ik deed (en nog steeds doe).
In schrijven vond ik mijn toevluchtsoord. Misschien heb ik gewoon nood aan opnieuw zo'n toevluchtsoord, maar op een andere manier.
Vanaf vandaag ga ik er mijn missie proberen van te maken om regelmatig iets te schrijven. Over mezelf, mijn gezin, mijn lief of school: wat ik voel dringen in mijn hersenpan op het moment dat ik op mijn blog kom, MOET en ZAL neergetypt worden. Ik heb geen vrede met het omzeilen van ambetante onderwerpen en situaties! Schaamteloos zal ik met de inkt der gebeurtenissen (al dan niet virtueel) mijzelf en misschien zelfs andere mensen op de hoogte houden van de persoonlijke ik, de persoon genaamd Lotte.

Het is een toevluchtsoord. Mijn toevluchtsoord.

 Lotski